Vlooien veroorzaken meer dan jeuk alleen! Vlooien voeden zich met bloed van hun gastheer, dat wil zeggen van het dier waarop zij leven. Om bij het bloed te komen moeten zij hun gastheer bijten en tijdens dit bijten komt er een beetje speeksel van de vlo in de gastheer terecht. Het is dit kleine beetje speeksel dat grote gevolgen kan hebben.

Allergie

Een gastheer (hond, kat maar bijvoorbeeld ook konijn) kan een allergie ontwikkelen tegen dit speeksel. Als gevolg daarvan krijgt het dier hevige jeuk, zo erg dat het zichzelf flinke schade kan toebrengen: de huid raakt geïrriteerd, gaat kapot en er kunnen heftige huidontstekingen ontstaan met alle gevolgen van dien. Behandeling door een dierenarts is dan noodzakelijk.

Voorkomen is beter dan genezen

Wanneer op jonge leeftijd een vlooienbesmetting kan worden voorkomen, neemt het risico op het ontwikkelen van een vlooienallergie op latere leeftijd af. Voorkomen is beter dan genezen!

Lintwormen

De vlo is ook een tussengastheer voor de lintworm bij hond en kat. De vlo kan drager zijn van lintwormeitjes en wanneer hond of kat een vlo vangt (omdat deze jeuk veroorzaakt) komen de eitjes in de maag uit en groeien in de darmen uit tot lintwormen. Wanneer u dus een vlooienbesmetting constateert bij uw huisdier is het zaak om deze aan te pakken maar tegelijkertijd uw dier te behandelen voor lintwormen.

Vlooienmiddel

Bij de keuze van het vlooienmiddel is het belangrijk om een middel te kiezen dat bij u en uw huisdier past. Het is bijvoorbeeld niet heel handig om een langharige hond te behandelen met een spray; een pipetje in de nek is dan veel praktischer. Het is raadzaam om een vlooienmiddel te kiezen dat tegelijkertijd de voortplantingscyclus van de vlo onderbreekt. Daarmee voorkomt u dat uw huis met vlooien besmet raakt. Dan zijn er nog de combinatiepreparaten, middelen die een vlooienbesmetting en bijvoorbeeld een teken- of wormenbesmetting kunnen voorkomen.

Teken

Vanaf het voorjaar is de teek zeer actief. Teken zijn kleine, spinachtige dieren die zich vast kunnen zetten in de huid van uw huisdier en ook van u zelf en daar bloed drinken. Op die manier kan de teek ook ziekten overdragen. Die ziekten kunnen ernstig verlopen. Soms merkt u pas lange tijd na een besmetting dat uw dier ziek is. Meestal kan tijdige behandeling de opgelopen ziekte succesvol bestrijden. Preventie is dan ook belangrijk: het gebruik van teken werende en teken dodende middelen kan uw huisdier beschermen. Overleg met uw dierenarts wat voor uw dier het beste middel is. Een middel dat bedoeld is voor gebruik bij honden kan bijvoorbeeld giftig zijn voor katten, en sommige rassen zijn overgevoelig voor bepaalde middelen. Controleer zelf uw dier regelmatig en verwijder teken direct, liefst met een daarvoor ontworpen hulpmiddel zoals een tekentang of teken-lasso. Let op dat u niet in de teek knijpt en dat er geen deeltjes achterblijven. In de meeste gevallen worden ziekten pas na 18 tot 24 uur overgedragen, dus als u er snel bij bent kunt u besmetting voorkomen.